|
Sint-Franciscusinstituut
Medisch Pedagogisch Centrum Sint-Franciscus/Scholen Sint-Franciscus |
|
Hierna volgt een opdeling volgens de huidige (2025) twee grote pijlers, het Medisch Pedagogisch Centrum Sint-Franciscus en de Scholen Sint-Franciscus. Tot in de jaren (19)70 waren de zusters alom tegenwoordig, was er daardoor ook een grote verstrengeling van klooster, instituut en school/scholen. Eerst schoorvoetend werden ook leken tewerkgesteld, maar dankzij de oprichting in 1967 van het fonds 81 (1) konden de volgende jaren diverse leken-medewerkers worden aangenomen. Zij waren welkom, de warme Franciscaanse geest met o.a. eenvoud, liefde voor al wat klein en hulpbehoevend was sprak hen aan, zij integreerden, namen de leiding en tal van andere taken over van de zusters, die ook loslieten. Intussen groeide de kleinschalige opvang in leefgroepen en binnen klassen, de regionale zorg in en buiten ‘Strijtem’, de professionele aanpak op maat van de kinderen én volwassenen, de inbreng van de ouders , … en profileerden zich de twee vernoemde pijlers, uiteraard met behoud van onderlinge banden.
|
|
1. Medisch Pedagogisch Centrum/MPC Sint-Franciscus vzw
Lostraat 175 Roosdaal |
|
1.1. Oprichtingen, benamingen, structuur
> In 1929 hadden de zusters franciscanessen hun kostschool gesloten en kwam er vanuit het bisdom de oproep om in de streek met onderwijs aan ‘abnormale' kinderen (2) te beginnen, die ter plaatse, aan de Kloosterstraat te Borchtlombeek, in een ‘zouden verblijven.
Er werd gestart in 1930 en nog datzelfde jaar werd het Gesticht erkend door het Ministerie van Justitie!
> De verjaardag van die start werd in de loop der jaren meermaals gevierd, o.a.:
- 50 jaar in 1980 met het planten van een plataan; met binnen het instituut een versierwedstrijd, de bekendmaking van de winnaars op een receptie, gevolgd door een feestmaaltijd en daarna poppenkast; met een eucharistieviering opgedragen door kardinaal Daneels, een academische zitting en een receptie; met een cabaretoptreden van het personeel en een goochelaar; met een ouderfeest waarop dans, choreografie van hun kinderen.
- 60 jaar in 1990:
|
| |

|
|
Ook met een jubileumboek ‘In de voetsporen van Sint-Franciscus' Kleine kroniek van een groot instituut.
- 70 jaar in 2001 met een tentoonstelling van 21 tot 27 april 'Geplant in '30 ... dromen over morgen. Een kijk op 70 jaar groei van het begeleidingscentrum'.
- 75 jaar in 2005 met o.a.: |
| |
(3)
|
|
> Na WO II werd de benaming 'Gesticht' voorgoed verlaten voor 'Instituut' om Medico-Pedagogisch Instituut/Medisch Pedagogisch Instituut/MPI Sint-Franciscus te worden genoemd, benaming waarin de gegeven zorg ook werd verwoord. Met Sint-Franciscusinstituut werd dan vaak meer de totaliteit benoemd, met inbegrip van de scholen. (4) Vanaf de jaren (19)90 werd die totaliteit Begeleidingscentrum Sint-Franciscus genoemd.
Op 2 januari 1976 werd aan het Medisch Pedagogisch Instituut als vzw een vernieuwde rechtspersoonlijkheid toegekend, heden (2025) officieel gekend als Medisch Pedagogisch Centrum/MPC Sint-Franciscus. Intussen opgedeeld met zelf ook twee grote pijlers, nl. het Multifunctioneel Centrum (MFC) Sint-Franciscus en het Woon- en Ondersteuningscentrum (WOC) Sint-Franciscus.
> Voor 1960 lag de hoofdingang aan de Kloosterstraat te Borchtlombeek, maar met de nieuwbouw in 1960 kwam deze te liggen aan de Lostraat nr. 175 te Strijtem en behoorde het instituut aldus tot Strijtem; vanaf 1965 tot Roosdaal. Die hoofdingang was geïncorporeerd in hetzelfde gebouw als het klooster, maar bleef ter plekke toen dit, een aantal jaren na de verhuis in 1995 van de zusters, werd afgebroken om plaats te maken voor een nieuwbouw. |
| |

foto 2025, met in de nis Sint-Franciscus van Peter Jacquemyn
|
|
1.2. Kinderen, jongeren, volwassenen met een handicap/met een beperking
> Op 20 oktober 1930 werd gestart met vier meisjes met een mentale handicap die uit Teralfene kwamen. De grote vraag was: hoe gaan die kinderen zich voelen in dat grote huis, bij vreemde zusters, weg van hun ouders? Er werd die namiddag veel gespeeld, het ijs was alzo vlug gebroken. Datzelfde jaar kwamen er nog vier bij uit Liedekerke, zodat ze met acht waren. Dat aantal groeide tot 22 in 1931, 23/45 in 1932, 92/82 in 1940, 100 in 1942, 140 in 1950, 205 in 1960, 260 in 1970. (5) De meisjes waren allen intern, sliepen in (grote) slaapzalen en aten in één van de (grote) refters.
Toen WO II uitbrak haalden vele ouders hun kind naar huis, maar 27 meisjes bleven nog in het instituut. Tweemaal werd met hen gevlucht, voor korte duur. De volgende oorlogsjaren groeide het aantal kinderen weer aan. Er was toen veel gerantsoeneerd, moeilijk te verkrijgen. Desondanks was er nooit tekort.
Tot in 1960-1970 (?) droegen de meisjes een uniform, een donkerblauw rokje, een bloesje, donkerblauw in de winter, lichter in de zomer, met erop een witte kraag. De nieuwste creatie werd gedragen op zon- en feestdagen, het oudere uniform werd afgedragen in de week. Zij hadden ook verschillende schorten om erover te trekken: eentje voor ’s zondags, eentje voor de klas en een derde voor de refter. (6)
> In 1976 waren 241 kinderen intern en 9 semi-intern. (7)
In 1981 was het aantal internen gedaald tot 164 en het aantal semi-internen gegroeid tot 19. Van de internen waren er 30 geplaatst door justitie, omdat de ‘thuis’ hun opvoeding niet aankon.
Vanaf 1982 waren zowel jongens als meisjes met een verstandelijke beperking welkom.
De volgende jaren daalde het aantal internen nog wat schommelend verder, in 2005 tot 150, het aantal semi-internen bleef groeien, bv. in 2005 tot 50, zodat in 2015 een optelling de volgende aantallen gaf:
- internaat voor 151 kinderen en jongeren met een handicap;
- semi-internaat voor 95 kinderen en jongeren met een handicap;
- kortdurende opvang voor 6 kinderen met een handicap.
Bovendien woonden 82 werkbekwame volwassenen met een handicap in verschillende tehuizen met de nodige ondersteuning.
(Niet inbegrepen de kinderen of jongeren die begeleid werden, maar niet (semi-)intern waren of de volwassenen die ondersteuning kregen, maar niet beschermd woonden.) |
|
1.3. Bestuur/directie
> Zuster Celesta/Maria Felicia De Bisschop werd in 1930 de eerste directrice en zij bleef het tot in 1950. Toen werd ze opgevolgd door zuster Aleidis/ Rosalia Maria Roels die directrice bleef tot 31 augustus 1981. Jos Mariën volgde haar op, maar al in 1988 was René De Wever directeur. Deze bleef het tot in 2014, toen opgevolgd door Koen Vander Beken.
> In 1986 werden de eerste leken opgenomen in de raad van bestuur van het M.P.I. |
|
1.4. Personeel
> Tot in de jaren (19)60 gebeurde de begeleiding van de kinderen door de zusters samen met leken-onderwijzeressen, in 1960 een zestal. Deze waren immers onderwijzeres én opvoedster, hielpen mee voor en na de schooltijd, smeerden ’s morgens boterhammen, deden ’s avonds bewaking op de slaapzalen, … De meeste leken bleven dan ook de ganse werkweek in het instituut.
‘Van papierwerk, dossiers, rapporten, … was toen weinig sprake. Het belangrijkste was dat je heel dicht bij de kinderen stond, met hen meeleefde en van hen hield.’ (6)
> Dankzij de oprichting van het fonds 81 in 1967 werden er de jaren nadien voortdurend leken aangenomen: onderhoudspersoneel, opvoedsters nadien ook opvoeders, therapeutisch geschoolden, …
In 1981 waren er in de leefgemeenschappen 55 opvoedsters aan het werk, 1 sportmonitor, 3 sociaal assistenten, 3 orthopedagogen, 2 logopedisten, 1 kinesist, 1 dokter, 3 medische personeelsleden, 3 secretariaatsmedewerkers, 28 personeelsleden voor het onderhoud; 100 in het totaal.
In 2005 werkten er ca. 170 personeelsleden.
> Meermaals werd er een oproep gedaan om vrijwilligers, o.a. om mee te gaan op kamp (in 2013), om de dagelijkse werking te ondersteunen (in 2015), om op De Hoeve de dieren te verzorgen, paardrijden, schoolbezoeken, … te begeleiden (in 2020).
|
|
1.5. Materiële middelen
> Vooraleer te starten moesten in 1929-1930 in de gebouwen van de vroegere kostschool nog aanpassingswerken worden uitgevoerd. Na die werken bleef er in de kas van de zusters nog 36 fr. over!
Doordat tot in de jaren (19)60-70 de zusters ook zorgden voor het onderhoud, het wassen, de groentetuin, de boerderij, de kledij van de kinderen, … kon bespaard worden op vele kosten.
> Na de erkenning in 1930 ontving het Gesticht van het Ministerie van Justitie een dag-onderhoudsprijs van 15 fr. + 1,5 fr. voor de geneesheer.
In 1981 werd voor elk kind per dag 811 fr. ontvangen. Van het grote totale bedrag ging 76 % naar het personeel en 24 % werd besteed aan werkingskosten: voeding, gebouwen, reparaties, verzekeringen, administratie, ontspanning, … Het Ministerie van Justitie betaalde voor de door hen geplaatste kinderen, het Ministerie van Volksgezondheid voor de andere kinderen. De aanpassing, de betaling van die dagprijs gebeurden door de ministeries verre van tijdig. De achterstand liep dan ook tot in de miljoenen. Daardoor moest het instituut meermaals leningen aangaan, want het personeel moest toch betaald worden.
> Voor de meeste gebouwen werd een subsidie van 60 % verkregen en werd 20 % bijgelegd door de nationale loterij, terwijl nog voor 20 % zelf moest worden ingestaan. (Maar het zwembad bv. werd niet gesubsidieerd.) In 1996-97 werd voor de bouw van ’t Wijland 60 % aan subsidies ontvangen, 18 % werd geschonken door de nationale loterij zodat het instituut moest instaan voor 22 %. Die 20/22 % werd, evenals kleinere projecten, vele jaren gefinancierd dankzij de grote inzet, ook financiële, van de zusters, maar ook door diverse initiatieven:
- eenmalige acties, o.a.:
63000 fr. in 1975 van Davidsfonds Roosdaal, winst op het optreden van Eigentijdse Jeugd, t.b.v. zeteltjes voor de kinderen; fuif georganiseerd in 1989 door broers en zussen van enkele gehandicapten t.b.v. het clubhuis; 55000 fr. in 1994 geschonken door de vzw ’t Klokhuis uit Wambeek; 2868 € in 2015, opbrengst van acties in Roosdaal t.g.v. De Warmste Week; 2273 € in 2016, opbrengst van de halloweentocht van de Strijtemse verenigingen t.b.v. twee kalfjes op de boerderij; 4085 € in 2018, subsidie door de provincie Brabant t.b.v. een elektrische tandem en materiaal voor de veiligheid van de fietsers; kerstactie in 2025 t.b.v. een groot ballenbad.
- meermalige evenementen, o.a.:
Opbrengsten van het toneel in de feestzaal van het instituut door Vriendenkring Kunst en Muziek uit Roosdaal, in 1982, 1983, 1985, 1987 (t.b.v. de speeltuin), 1989 (t.b.v. het clubhuis), 1991 (t.b.v. het clubhuis), 1993 (t.b.v. De Wissel, een gezamenlijk project van MPI, Zonnelied en De Valier), 1995 (t.b.v. medische apparatuur).
Grote kassuccessen waren de jaarlijkse Lentefeesten: |
| |

|
|
Ook de hoevefeesten brachten zaad in het (eigen) bakje. Eerst was er tweemaal per jaar een boerenmarkt waarop vethanen, kalkoenen, parelhoenen, soepkippen, konijnen, geitenlamsvlees, eieren, … werden verkocht; in december 1987 met een opbrengst van 20000 fr., waarmee betonnen konijnenhokken werden gekocht. Later werd elkeen uitgenodigd o.a. in 2008 op een ‘Lekker Beest Feest’ en de jaren nadien op hoeve- of boerderijfeesten.
> Een eerste uitbreiding van de gebouwen werd gerealiseerd in 1935 met een nieuwe vleugel langs de Kloosterstraat waarin toen twee klassen, een keukenklas, een speelzaal voor de kinderen, tevens feestzaal, een slaapzaal, een naaikamer en een kleerzolder (hier had elk meisje haar persoonlijk kastje.)
In 1939 werd het bosje achter het toenmalige klooster aangekocht om speelterrein voor de kinderen te worden.
In 1946 werden twee houten paviljoenen aangekocht. Ze deden achtereenvolgens dienst als refter, speelzaal, klas, strijk- en droogplaats.
Als gevolg van plaatsgebrek verhuisden 48 meisjes, vijf zusters en één leken-leerkracht in 1948 naar een vrijgekomen kloostergebouw in Lennik. Intussen werd te Borchtlombeek het gebouw uit 1935 vergroot, de feestzaal met een nieuw podium. (Later vaak verhuurd voor toneel en concerten.) Bovendien werd langs de Kloosterstraat een nieuwe vleugel aangebouwd, zodat de drie klasgroepen in 1950 konden terugkeren.
|
| |

foto 2025, vooraan tot en met de toren het gebouw uit 1960
met toen acht
klaslokalen,
een bad- en douchezaal en een grote slaapzaal, achteraan de bouw uit 1935
|
|
Op 23 maart 1954 brak er brand uit op de kleerzolder, boven de grote slaapzaal uit 1935. Gelukkig konden de kinderen tijdig geëvacueerd worden. Stukken brandende zoldering vielen naar beneden. Langs een deur sloegen de vlammen ook over naar de toren uit 1950 waarvan het dak instortte. Al in juni werd begonnen met het afbreken, verwijderen van alle verbrande gedeelten, werd het puin opgeruimd en werd gestart met de restauratie. Intussen kregen de kinderen een voorlopige slaapplaats in de gangen en in de ziekenzaal.
Op 25 juni 1960 werd een nieuw klooster en een nieuwe kapel ingezegend, samen met alweer een nieuw gebouw voor het instituut, waarin toen 5 klassen, 2 refters, een was- en strijklokaal, een droogplaats, 2 slaapzalen en ... de hoofdingang die voortaan aan de Lostraat lag.
Aan de Kloosterstraat kwam in 1970, in het verlengde van de gebouwen uit 1935, een nieuwbouw klaar, opgedeeld in paviljoenen,
|
| |

elk met vlak bij elkaar: living, keukentje, sanitair en kleinere slaapkamers.
foto 2025
|
|
In 1974 werd begonnen aan de bouw van een sportcomplex met een zwembad en groot ploeterbad en met een sportzaal, uiteraard met kleedkamers en douches. Op 18 september 1976 werd het sportcomplex ingehuldigd en ‘Kinderleute’ genoemd. De kostprijs bedroeg 49 miljoen frank. |
| |

foto 1976
|
|
Sportzaal en turnzaal waren er natuurlijk vooral voor de bewoners van het MPC zelf en voor de leerlingen van de scholen Sint-Franciscus. Maar zwembad en sportzaal werden ook verhuurd aan de gemeente, aan verenigingen, aan individuele zwemmers of sporters.
Bij een grote inspectie midden 2025 werd echter betonrot vastgesteld in de dragende structuur. Om de veiligheid te garanderen waren ingrijpende werken nodig, met een kostprijs die het MPC niet kon dragen, temeer daar ook de technische installaties niet meer up-to-date waren. Daarom werd in augustus beslist het zwembad te sluiten. De sportzaal bleef toegankelijk.
Ter gelegenheid van het gouden jubileum in 1980 beloofde zuster overste Agnes/Pauline Jansen 100 000 fr. aan wie het waagde een boerderijtje op te richten 'voor de kinderen van Sint-Franciscus'. In februari 1983 werd op een grote omheinde weide aan de overzijde van de Lostraat begonnen met een tuinhuisje, een bok en een geit, een gans en enkele kippen. De opening van ’t Hoeveke werd feestelijk gevierd op 30 mei 1983. Het dierenbestand groeide en nieuwe hokken werden gebouwd. Ook werden er krulkolen, maïs, klaver en bieten geteeld. In 2005 kwamen er voor De Hoeve nieuwe gebouwen die op 5 juni plechtig werden ingewijd.
Tussen home Zonnelied en de Paviljoenen werd in 1987 een speeltuin aangelegd die op 27 september plechtig werd ingehuldigd en een jaar later nog werd uitgebreid.
In 1994 werd een milieudag georganiseerd met als bedoeling o.a. de netheid van de speelplaats en omgeving bevorderen.
In 1997 opende aan de Lostraat tegenover de hoofdingang de nieuwbouw van ’t Wijland met alle lokalen gelijkvloers, waaronder een verzorgingsruimte, twee klaslokaaltjes, een therapielokaal, een snoezel- en leefruimte. Ernaast werd nog een gelijkvloerse nieuwbouw opgericht, die van De Luwte. |
| |

|
|
Intussen werd in 1980 te Pamel een eerste ‘huis in de rij’ gehuurd en werd er een jaar later op Kattem een huis gekocht, werd in 1984 een villa te Lennik ingericht … en ook de jaren nadien kocht, (ver)bouwde, huurde het MPC (te)huizen in verschillende gemeenten in de regio, tot zelfs in het Brusselse. Meerdere initiatieven kregen er onderdak, tegelijkertijd met een aantal initiatieven die gelokaliseerd werden in de gebouwen op de campus Lostraat 175 te Strijtem, waardoor ook deze grondig moesten worden aangepast.
> De gebouwen gebruikt door instituut en scholen, maar eigendom van de zusters, werden in 1995/1999 door hen aan de vzw’s overgedragen. |
|
1.6. Activiteiten
> Eerst was er uitsluitend internaat waarbinnen het hoofdaccent toch lag op het klasgebeuren. Na de reguliere schooltijd bleven de kinderen tot 18.30 u in hun klas, samen met de onderwijzeres bezig met: naaien en breien, klastaken, gezelschapsspelen, vertellen, … Ook gingen de kinderen elke vrijdagmorgen per klas naar de badzaal waar ze door de onderwijzeres in bad werden gestopt, 'schoongeboend en drooggewreven'. De grootste meisjes hielpen mee bij het aardappelen schillen en groenten schoonmaken, bij de afwas en het onderhoud. Ze stopten zelf hun kousen en deden eenvoudig verstelwerk. Gedurende vele jaren was het trouwens de gewoonte dat de oudere meisjes elk een jonger kind kozen voor wie zij de kousen stopten en kleine reparaties deden. Op de speelplaats werd heel veel aan geleid spel gedaan; er werd gestapt en gezongen. In die opvoeding werd beloond wie het goed deed, werd geprobeerd te doen inzien wat verkeerd was en zo nodig werd er ook gestraft. (6)
Eens in de maand was er op zondag bezoekdag, van 13 u tot 17 u. Natuurlijk werd er telkens naar uitgekeken … door ouders en kinderen! Maar er waren ook kinderen die nooit bezoek kregen. Terwijl de meesten minstens trimestrieel met vakantie gingen, bleven zij het hele jaar in het instituut.
Toch was het van 1971 tot 1986 voor hen ook eens echt vakantie; dan trokken ze samen met ‘de’ zusters, in groepjes van 10 tot 12 kinderen naar zee voor een tiental dagen, groepjes die gespreid werden over de maand augustus. Het was intens genieten.
Al voor 1942 was er een 'koortje' van meisjes dat zong in de mis en het lof. Een hoogtepunt was zeker het optreden in 1964 van het koor van muzieklerares Elza Van de Woestijne op het koninklijk paleis op uitnodiging van koningin Fabiola.
Onder supervisie van dr. Heremans uit Liedekerke (8) verzorgde zuster Clara/Louisa Maria Lambregts in de ziekenzaal de zieke kinderen, vanaf 1945 samen met zuster Rosa/Louise Vandeweghe die verzorgende bleef tot in 1970. Vaak kwamen de kinderen er alleen al met wat rust en moederlijke zorg vlug bovenop. Toch was de ziekenzaal zelden zonder zieken. Epidemies van griep, mazelen of kinkhoest waren legio. De zusters zorgden er dan voor dat de kinderen de voorgeschreven medicatie, therapie ook kregen.
> Dankzij o.a. de groei van het aantal (gekwalificeerde) personeelsleden werd het tussen 1970 en 1990 mogelijk een (beginnend) antwoord te geven op verschillende noden:
- de nood om kinderen te begeleiden in kleinere leefgroepen buiten klasverband, met tegelijkertijd ook een grotere privacy voor de kinderen;
Zo werd bv. in de jaren (19)70 gestart met het project de ‘Paviljoenen’ waarbij leefgroepen, alle met acht à tien kinderen gingen wonen, elk in een 'paviljoentje' met een eigen living en keukentje. Ook de grote slaapzaal van vroeger was voor de kinderen verleden tijd, zij sliepen nog met vieren in dezelfde slaapkamer.
En … er was altijd een (vaste) opvoedster (later ook opvoeder), die de kinderen wekte, ‘s morgens en ’s middags zorgde dat zij tijdig op school waren. Overdag dan waste, streek, herstelde, met ketels eten sleurde, … overlegde met collega’s. In de eigen living at zij en waste af samen met de kinderen, aanhoorde, besprak hun probleempjes. In de vooravond liet zij hen hun huiswerk maken, deed gezelschapsspelen, liet hen onderling babbelen of tv kijken. Tenslotte overlegde ze nog met de nacht-collega die de kinderen in bed stopte en die insliep. Zelfs al bleven in sommige weekends maar twee of drie meisjes in de leefgroep, toch werden ze niet samen gezet met andere leefgroepen, opdat het in de eigen leefgroep gecreëerde thuis-gevoel ook bij hen zou bewaard blijven.
En ook in de tehuizen die vanaf 1980 in Strijtem en in de regio werden ingericht waren kleinschalige leefgroepen met een grotere privacy de optie.
- de nood aan een zinvolle vrije tijdsbesteding ook buiten de leefgroepen;
Zo werd bv. ca. 1980 gestart met hobbyclubs: toneel, volksdansen, judo, knutselen, natuurexploratie, boswandeling, koken, … Door het moeizaam zoeken naar begeleiders werd met vallen en opstaan overleefd.
Vanaf 1978 ging een grote groep kinderen
met de kamporganisatie Aaikezoemba tweemaal een tiental dagen op kamp.
In het sportcomplex werden regelmatig tornooien georganiseerd, tafeltennis, badminton, zaalvoetbal, … in samenwerking met andere instellingen, ook zwemwedstrijden en waterspelen. In 1986 namen 16 goed getrainde atleten voor de eerste keer deel aan de Special Olympics Belgium, in 1987 waren ze al met 28, in ’88 met 38, in ’89 met 42, … En telkens keerden ze terug met bronzen, zilveren, gouden medailles.
Bovendien was er de boerderij waar de kinderen vanaf 1983 al of niet met hun klas of leefgroep welkom waren.
Sinds 1987 konden de kinderen ook naar de muziekschool buiten klasverband, zij noemden het naar de blokfluit. Daarbij was het orffinstrumentarium hét middel voor samenspel. Klinkende staven, klokkenspelen en allerlei ritme-instrumenten waren in geen enkele les weg te denken. Muziek leren was muziek maken.
- de noden van de ouders;
Zo werd bv. in 1984 met de oprichting van ’t Wijland geantwoord op de vraag van ouders om voor hun kinderen met een ernstige meervoudige beperking een dagverblijf op te starten. In 1988 werd voor hen ook een leef-leerklasje ingericht.
Het was niet te achterhalen wanneer er een oudervereniging werd opgericht, maar zeker is dat er al in de jaren (19)70 een oudervereniging bestond. De werking ervan evolueerde van het meehelpen meer naar het meedenken. Wat verlangen de ouders?
- de nood aan woonvormen zelfstandiger bewoond, meer geïntegreerd in de samenleving:
Zo werd bv. op 1 september 1980, nadat enthousiasme het haalde op scepticisme, in een huis aan de Lombeekstraat te Pamel gestart met het project een ‘huis in de rij’, een woonvorm die meer van de bewoners vereiste om zo de stap naar de maatschappij te vergemakkelijken. De acht meisjes tussen de 12 en 17 jaar fietsten naar school, maar gingen bv. ook winkelen, waren in jongerenkerk. In het huis zorgden vier opvoeders voor de budgettering, het eten, ... de begeleiding. Dit was voor het instituut een zware financiële last o.a. door de huur van het huis en omdat men maar voor drie van de vier opvoeders betoelaging van de overheid kreeg. In de opstartfase werd er dan ook een beroep gedaan op sponsors. Toch was het een eerste stap in de regionalisering want in 1982 stond op Kattem een tweede huis klaar, in 1987 volgde een tehuis in Liedekerke, ...
- de noden van de kinderen die groot waren geworden, de jongvolwassenen met een mentale beperking;
Zo werd bv. voor werkbekwame jongvolwassenen met een mentale beperking in 1984 te Lennik het gezinsvervangend tehuis ‘De Ketelberg’ gestart; in 1988 aangevuld met een vrijgekomen huis te Pamel.
Nog niet of bijna zelfstandig, maar nog met zoveel nood aan begeleiding! |
|
> De positieve ervaringen wezen de weg. De antwoorden op de noden werden de volgende jaren uitgediept, verruimd binnen een wettelijk kader dat ook nieuwe kansen bood. Het Medisch Pedagogisch Centrum (MPC) Sint-Franciscus evolueerde tot een centrum dat zich in 2025 omschreef als ‘een dienstverleningscentrum voor minderjarigen én meerderjarigen met een verstandelijke beperking dat zowel Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH) als Niet-Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (NRTH) aanbood voor minderjarigen en meerderjarigen.’ En aldus erkend was door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).
- RTH = beperkte handicapspecifieke ondersteuning voor zowel minderjarigen als meerderjarigen waarvoor geen goedkeuring van hogerhand nodig was.
Aangeboden via de dienst Rechtstreeks Toegankelijke Hulp binnen het MPC onder de vorm van begeleiding, dagopvang of verblijf.
- NRTH = handicapspecifieke ondersteuning waarvoor wel een goedkeuring van hogerhand nodig was. Voor minderjarigen (t.e.m. 21 jaar, uitzonderlijk 25 jaar) werd deze ondersteuning aangeboden binnen het Multifunctioneel Centrum (MFC) Sint-Franciscus, voor meerderjarigen (vanaf 16-18 jaar) binnen het Woon- en Ondersteuningscentrum (WOC) Sint-Franciscus.
> Het MFC richtte zich tot kinderen en jongeren met een licht, matig of ernstig verstandelijke beperking, al dan niet samen met autisme, of gedrags- en/of emotionele stoornissen, of een (neuro) motorische beperking of een combinatie van meerdere beperkingen. Ook richtte het MFC zich tot een beperkte groep minderjarigen met normale begaafdheid én gedrags- en/of emotionele stoornissen.
Het MFC bood, van praktische ondersteuning in de gezinssituatie tot extra ondersteuning binnen één of meer van zijn initiatieven, verschillende vormen van zorg aan:
- mobiele begeleiding met het gesprek/de activiteit buiten het MPC of ambulante begeleiding met het gesprek binnen het MPC;
- schoolaanvullende dagopvang, vóór de schooluren, over de middag, na de schooluren, in de weekends en/of schoolvakanties en op schoolvrije dagen van de scholen Sint-Franciscus;
- schoolvervangende dagopvang, met een geïntegreerde werking (zie 2.4.) voor kinderen met een ernstig meervoudige beperking of dagopvang voor kinderen en jongeren die tijdelijk geen voltijds schoolprogramma aankonden;
- verblijf in leefgroepen, 1 dag tot 7 dagen per week, tot voltijds internaat;
- persoonlijke assistentie met steun bij het zoeken, selecteren of aanwerven van een persoonlijke assistent of begeleider (mogelijk in functie van een Persoonlijk Assistentiebudget).
Het MFC bood deze zorg aan in 27 initiatieven gespreid over 8 gemeenten:
Te Roosdaal: ’t Houvast, ’t Wijland, De Hoeve, De Luwte, De Maat, De Schering, De Springplank, Kleuters, Klimop, Parol, Rits, Tussenin, Tussensprong allen gevestigd op de campus Lostraat 175. Ook nog Aquarel Lostraat 184 b, Joachimsdal Weverstraat 119a, Mozaïek Abeelstraat 40. Verder nog te Liedekerke: Sprokkelhut, Bosland en Houtmarkt, te Ternat: De Kouter, te Sint-Katherina-Lombeek: Meuleveld 1 en Meuleveld 2, te Lennik: Ginkgo en Huis Busingen, te Vlezenbeek: Het Hoekhuis, te Molenbeek: Toop, te Anderlecht De Rijtak.
> Het WOC richtte zich tot volwassenen met een licht tot matig verstandelijke beperking, eventueel samen met autisme of psychische/psychiatrische problemen of beperkt zintuigelijke en/of motorische handicaps of een combinatie van meerdere beperkingen.
Het WOC bood verschillende zorgvormen aan waarbij een combinatie ervan mogelijk was (zowel binnen RTH als NRTH):
- mobiele begeleiding met het gesprek/de activiteit buiten het MPC of ambulante begeleiding met het gesprek binnen het MPC;
Deze individuele begeleiding was bedoeld voor personen die zelfstandig woonden, al dan niet alleen. De soort ondersteuning kon verschillen, o.a.: psychosociale begeleiding, bv. advies rond relaties, bij de opvoeding van de kinderen, hulp bij de job, maatschappelijke ondersteuning, bv. bij het invullen van papieren, bij het opvolgen van financiën, globale individuele ondersteuning, bv. begeleiding en praktische hulp bij het uitvoeren van taken, ...
- dagondersteuning met een gevarieerd aanbod van praktische begeleiding bij de job tot en met een zinvolle dagbesteding;
- woonondersteuning met een aanbod van mobiele begeleiding in de eigen woning tot een volledige residentiële ondersteuning in de groepswoningen van het MPC;
- persoonlijke assistentie met steun bij het zoeken, selecteren of aanwerven van een persoonlijke assistent of begeleider (mogelijk in functie van een Persoonlijk Assistentiebudget).
Het WOC bood deze zorg aan in 16 initiatieven gespreid over 6 gemeenten:
Te Roosdaal: Beschermd Wonen De Ketelberg Pamel Lombeekstraat 88, Dagbesteding De Stroom Kapellestraat 1, De Ketelberg Pamel (wonen) Lombeekstraat 88, Huis Amerikaweg Amerikaweg 6, Huis Kerkhofstraat Kerkhofstraat 2, Dienst Werkbegeleiding. Verder nog te Asse: Dagbesteding Ter Linde, De Instap - Studiowonen, Hoeve Heierveld, Mobiele begeleiding aan huis, Ter Linde (wonen), te Lennik: De Ketelberg Lennik, te Anderlecht: BioToop, De Stassart Anderlecht, te Zellik: Den Opstap, te Molenbeek En Route.
> Bovendien was er in 2025 ook een (aanvullend) aanbod van:
- de loketfunctie, gesprekspartner en centraal aanspreekpunt (telefoon, e-mail) voor alle vragen rondom hulp en ondersteuning;
- kinesitherapie waarbij o.a. kinderen en jongeren met nood aan een (intensieve) individuele kinesitherapie een beroep konden doen op zelfstandige kinesisten;
- de psychotherapeutische dienst bestaande uit 4 therapeuten die onder supervisie van de psychiater kinderen en jongeren in begeleiding namen;
- een medische dienst bestaande uit een kinderpsychiater, een volwassenenpsychiater, een revalidatiearts en een huisarts; Zij bekeken o.a. per kind wat door de ouders zelf kon worden opgenomen en waarvoor op de dienst een beroep kon worden gedaan. Ook ondersteunde de dienst de werkingen, leidde personeel op zodat de dagelijkse medische zorg van de kinderen en jongeren optimaal gebeurde, mede dankzij een ploeg van 8 verpleegkundigen.
- extra hulpmiddelen voor kinderen en jongeren die, steeds in afstemming met de behandelende therapeut, gemaakt en onderhouden werden door externe firma’s. Daarnaast ging de dienst aanpassingen mede op zoek naar oplossingen voor specifieke problemen.
- de ontspanningsdienst die tijdens de zomervakantie kampen organiseerde, ook twee grabbelweken en een sportweek; Tijdens die vakantie konden de leefgroepen ook deelnemen aan allerlei activiteiten zoals snoezelen, zwemmen, knutselen, zingen, fietsen en uitstappen doen. Doorheen het jaar konden jongeren kiezen voor een hobbyclub zoals zwemmen, theater, paardrijden, muziekatelier, schaatsen, wandelen met de hond, … Om de maand veranderde het clubhuis in een jeugdhuis, zonder verplichtingen wat rondhangen met een leuk muziekje. Andere activiteiten waren: de deelname aan de Special Olympics, themafeesten zoals Sinterklaas of Kerstmis, het jaarlijkse festivalletje Fransisco Fest. De jeugdraad, een adviesraad gevormd door een aantal vertegenwoordigers uit verschillende leefgroepen, had hierin een bepalende stem.
- vervoer in functie van de school, dagopvang, hobbyclubs, ... uiteraard ook van en naar huis. Afspraken met ouders, familieleden, …welk vervoer konden ze zelf opnemen?
(9) (10) |
| |
(11)
maart 2019
|
|
-------------------------------------------------------------------------------------
(1) Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten.
(2) Gelukkig is er veel veranderd.
(3) In 'Het Nieuwsblad' van 20/10/2005.
(4) Met die verschillende benamingen, maar vooral door de verstrengeling moet het voor de buitenwereld niet altijd duidelijk zijn geweest of het MPC en/of de scholen werden bedoeld.
(5) Soms twee aantallen van verschillende tellingen in het jaar.
(6) Belangrijke bron: ‘In de voetsporen van Sint-Franciscus’ Kleine kroniek van een groot instituut, 1990, 158 p.
(7) Semi-internaat waar de kinderen elke dag naar huis gingen, maar van ’s morgens tot ’s avonds opgevangen, begeleid werden.
(8) Werd opgevolgd door dr. Couvent uit Lennik.
(9) Bron: website MPC Sint-Franciscus.
(10) Vanaf 2002/2004 ondersteunde het MPC in Bulgarije, o.a. met sponsorgelden, een voorziening voor volwassenen met een beperking, later meer door overdracht van kennis en ervaring op de werkvloer, vanaf 2009 in samenwerking met de universiteit van Plovdiv. Vanaf 2011 werd eveneens een instelling voor kinderen met een handicap gesteund met ook stages van Bulgaarse studenten in België.
(11) In 'Goeiedag' van 13 juni 2019.
|
|
2. Scholen Sint-Franciscus vzw
> Deze vzw, waarvan de maatschappelijke zetel was gelegen aan de Lostraat 175 te Roosdaal, werd opgericht in 1987. In die inrichtende macht, zoals toen genoemd, werden in 1987 ook de eerste leken opgenomen.
Vanaf 1 september 2025 werd Koen Vander Beken algemeen directeur in opvolging van Ingrid Limbourg.
> Binnen de vzw vonden de volgende scholen onderdak:
|
|
2.1. Buitengewoon Basis Onderwijs (BuBaO)
2.1.1. Oprichting en adres:
> Begonnen in 1930 door de zusters franciscanessen aan de Kloosterstraat te Borchtlombeek waar de eerste klas in 1931 werd erkend door het Ministerie van Onderwijs.
> In 2025 had de school twee vestigingsplaatsen:
- vestigingsplaats Strijtem, Lostraat 175 Roosdaal;
- vestigingsplaats Vlezenbeek, Inkendaalstraat 1 Sint-Pieters-Leeuw. |
|
2.1.2. Kleuters, leerlingen:
> In 1930 volgden er eerst 4 en later 8 meisjes met een mentale handicap les, in 1931 waren ze met 22, in 1932 met 23/45, in 1940 met 92/82, in 1942 met 100, in 1950 met 140, in 1960 met 205. (1) (2)
Vanaf midden 1981 (1982?) werden ook jongens met een beperking ingeschreven en eveneens externen met een beperking. Vanaf 1986 waren ook kleuters met een beperking opnieuw welkom. In 1989 waren ze, kleuters en leerlingen samen met 83.
Volgens de capaciteitsbepalingen was de maximale grootte in het schooljaar 2016-2017: 27 kleuters en 80 leerlingen, in het schooljaar 2017-2018: 27 kleuters en 75 leerlingen, in het schooljaar 2020-2021: 27 kleuters en 75 leerlingen, in het schooljaar 2025-2026: 27 kleuters en 75 leerlingen (zie ook aantallen GiW onder 2.4.2.). |
|
2.1.3. Directie
> Zuster Celesta/Maria Felicia De Bisschop werd in 1930 de eerste directrice en zij bleef het tot in 1950, dan opgevolgd door zuster Aleidis/Rosalia Maria Roels die directrice bleef tot 31 augustus 1981. Clémence (Jos) De Smet werd dan de volgende directrice. Anno 2025 was Kristy Van Den Eeckhout directeur. |
|
2.1.4. Personeel:
> Vele jaren waren het voornamelijk de zusters die in de klas stonden. Maar geleidelijk aan groeide het aantal leken. In 1931 begon de eerste leken-onderwijzeres er les te geven die vanaf 1 oktober 1931 betaald werd door de Staat, in 1937 waren ze al met vier, ca. 1960 met zes. Zij werden betaald door het Ministerie van Onderwijs. In 1981 waren er 9 leerkrachten, 2 bijzondere (vrouwelijke) leermeesters, 1 kinesist, 2 logopedisten.
> Twee zusters volgden in 1930 onmiddellijk een (Franstalige) cursus voor buitengewoon onderwijs. Met de bus gingen in de jaren 19(60) zusters en leken twee jaar cursus volgen in Brussel. |
|
2.1.5. Materiële middelen
> zie MPC, Materiële middelen onder 1.5.
> In 1981 werd in samenwerking met BuLO - Eizeringen gestart met een dagelijks leerlingenvervoer. |
|
2.1.6. Activiteiten:
> Vanaf het begin werd het didactisch materiaal ter plaatse ‘uitgevonden’, afgestemd op de noden van de kinderen, van elk kind apart. Zo werd heel wat uitgezaagd in triplex en nadien beschilderd in levendige kleuren. En men bleef 'uitvinden'!
Al in 1986 werd de computer als didactisch middel binnengehaald. Hij werd ‘Texy’ genoemd. Zo bleek al vlug dat kinderen die repetitief grove taalfouten maakten, dit beduidend minder deden wanneer ze hun tekst verzorgd en leesbaar voor zich op het scherm zagen staan. Texy leerde kloklezen op een aangename manier aan en met onbegrensd geduld.
> 'De onderwijzer en zijn/haar klas' was na 40 jaar nog steeds de ruggengraat van het pedagogisch concept. In de jaren (19)70 echter groeide de hulp, de steun van logopedisten, kinesisten, ... Aldus fungeerden dan ook de 10 klassen in 1976.
In 1980-81 werd er buitengewoon basisonderwijs gegeven aan licht mentaal gehandicapte meisjes (type 1) in 3 klassen en aan matig-ernstig mentaal gehandicapte meisjes (type 2) in 6 klassen. Vanaf 1986 werd er ook buitengewoon kleuteronderwijs officieel ingericht voor kleuters ( type 2).
Intussen was in 1981 het lesurenpakket ingevoerd. Dit liet meer differentiatie toe en het werd ook mogelijk een eigen schoolorganisatie op te zetten en waar nodig te werken met (sub)groepen die een eigen op maat geschreven programma volgden. Regelmatig overleg en nauwe samenwerking werd bij dit alles onontbeerlijk. Men was nu eenmaal niet langer meer alleen verantwoordelijk voor zijn klas. (3)
Vanaf 1997-98 werd er alleen nog type 2 onderwijs ingericht. Dat bleef zo de volgende jaren, ook nog in 2025 toen de school type 2 onderwijs aanbood voor kleuters en lagere school kinderen. Het waren kinderen met een matige tot ernstige verstandelijke handicap eventueel samen met stoornissen uit het autisme – spectrum. Er waren ook kinderen met zeer complexe zorgvragen (met bijkomende gedrags- en emotionele problemen). Al deze kleuters en leerlingen, van 2,5 tot 13 eventueel 14 jaar, konden terecht in:
- de kleuterklassen (met een geïntegreerde werking, zie GiW onder 2.4.6.);
- de lagere school-klassen, die ingedeeld waren in drie groepen naargelang de focus lag bij de functionele werking, de structuurwerking of de gedragswerking; (De leerlingen met ook autisme vonden een plaats in één van deze groepen.)
- de klassen met kinderen waarbij een gewone klaswerking (aanpak/infrastructuur) niet voldoende tegemoet kon komen aan de zorgvraag (zie GiW onder 2.4.6.).(4)
|
|
2.2. Buitengewoon Lager Onderwijs ( BuLO)
2.2.1. Oprichting en adres:
> Gestart te Eizeringen in 1964 door de zusters van de Heilige Jozef. Doordat zij zich in 1967 aansloten bij de zusters franciscanessen (Strijtem) werd de school ook toegevoegd aan de scholengemeenschap Sint-Franciscus.
> Vestigingsplaats Eizeringen, Luitenant Jacopsstraat 41 Lennik. |
|
2.2.2. Leerlingen:
> Van bij het begin in 1964 kregen meisjes en jongens met een beperking er buitengewoon lager onderwijs. Zij waren allen externen en waren al vlug met 45, aantal dat verder steeg tot 87 in 1989.
> In het schooljaar 2020-2021 was de totale schoolcapaciteit, m.a.w. de maximale grootte 125 leerlingen. In het schooljaar 2025-2026 was de totale schoolcapaciteit 130 leerlingen met 30 in onderwijstype basisaanbod, 40 in onderwijstype 3, 60 in onderwijstype 9 (zie ook hierna onder nr. 2.2.6.). |
|
2.2.3. Directie:
> Directies: zuster Marie/Mariette De Leeuw, Herman Van Ransbeek, Dina Baetens (2006-2007), Sabine De Leeuw (2007-2008), Els De Bleser (2008-2013), Karolien Van den Bossche (2013-2014), Daarna werd de directie waargenomen door Veroniek Dermaux en Vanessa Geeraerts (5), maar in 2025 werd alleen Veroniek Dermaux als directeur vermeld. (4) |
|
2.2.5. Materiële middelen:
> In 1981 werd in samenwerking met BuBaO - Strijtem gestart met een dagelijks leerlingenvervoer.
> Gebouwen. |
|
2.2.6. Activiteiten:
> In de beginjaren werd er in drie klassen buitengewoon onderwijs gegeven aan jongens en meisjes met een beperking. In 1990 waren het licht mentaal gehandicapte kinderen (type 1) en kinderen met specifieke leerstoornissen (type 8).
> Rond 2020 werden onderwijstypes 1 en 8 vervangen door type basisaanbod (leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, met nood aan een individueel aangepast leerprogramma) en aangevuld met type 3 (leerlingen met emotionele of gedragsstoornissen, met geen verstandelijke beperking maar met nood aan een individueel aangepast leerprogramma) en met type 9 (leerlingen met een autismespectrumstoornis, met geen verstandelijke beperking maar met nood aan een individueel aangepast leerprogramma). Ook in 2025 richtte de school de onderwijstypes basisaanbod, 3 en 9 in voor leerlingen van 6 tot 13 jaar en deed dat in 4 werkingen:
- Functionele werking (type basisaanbod);
- Sociale werking (type 9);
- Zelfsturende werking (type 3);
- Specifieke werking (types basisaanbod, 3 en 9). (4)
|
|
2.3. Buitengewoon Secundair Onderwijs ( BuSO)
2.3.1. Oprichting en adres
> Gestart in 1965.
> Vestigingsplaats Strijtem, Lostraat 175 Roosdaal
Vestigingsplaats Vlezenbeek, Inkendaalstraat 1 Sint-Pieters-Leeuw |
|
2.3.2. Leerlingen
> Omdat andere scholen niet akkoord gingen verzette het bisdom zich hevig tegen de inschrijving van jongens. Toch werd midden 1981 de eerste jongen met een beperking ingeschreven. Vanaf 1981 (1982?) konden ook externen met een beperking er school lopen.
> In 1981 bedroeg het aantal leerlingen 116, aantal dat de volgende jaren verder steeg.
Volgens de capaciteitsbepaling voor het schooljaar 2020-2021 bedroeg de maximale grootte toen 240 leerlingen, in het schooljaar 2025-2026 bedroeg ze 245 leerlingen met 185 in opleidingsvorm 1 waarbij 165 in onderwijstype 2 en 20 in onderwijstype 3, ook 60 in opleidingsvorm 2 waarbij 50 in onderwijstype 2 en 10 in onderwijstype 3. (zie ook hierna onder 2.3.6. en ook aantallen GiW onder 2.4.2.) |
|
2.3.3. Directie
In 1968 werd zuster Norberta/Louisa Josephina Weckx directrice. Zij werd op 1 september 1980 opgevolgd door Marnik Delmotte, de eerste leken-directeur die de school leidde tot in 2000. Paul Ongenaert volgde hem dat jaar in april op en bleef directeur tot februari 2003. Na hem kwam Ingrid Limbourg die het directeurschap waarnam tot eind augustus 2025. Veroniek Dermaux en Kristy Van Den Eeckhout werden dan aangesteld als pedagogisch directeur. In december 2025 werd de vacature van directeur schoolondersteuning opengesteld. |
|
2.3.4. Personeel
> In het schooljaar 1980-81 werd op eigen pedagogische studiedagen gezocht naar de specifieke identiteit van de verschillende opleidingsvormen.
> In 1981 waren er 29 leerkrachten, 1 kinesist, 1 logopedist werkzaam.
|
|
2.3.5. Materiële middelen
> zie ook MPC, Materiële middelen onder 1.5.
> Voor de financiering van meestal materiële middelen die niet werden gesubsidieerd, waren activiteiten of sponsoring altijd welkom, bv.:
- vanaf 2003 werd er verschillende jaren een plantenbeurs ingericht;
- in 2004 schonken de inrichters van de Vlezenbeekse Baljuwfeesten een cheque van 2400 € waarmee 'meubilair voor de autistische kinderen' werd aangekocht;
- in 2021 werden 272 geschenkpakketten verkocht met streekproducten uit het Pajottenland;
- in mei 2025 organiseerden de scholen opnieuw ‘Buitengewoon lopen’; met de opbrengst werd de sport- en spel accommodatie uitgebouwd.
> In 2008 werd op campus Strijtem een gerenoveerde vleugel in gebruik genomen met elf vernieuwde klassen, een crearuimte en een polyvalent lokaal op zolder.
|
|
2.3.6. Activiteiten
> In 1965 werd nog gestart met de afdeling huishoudkunde. In 1966 werd er een opsplitsing in 2 afdelingen vooropgesteld m.n. levenshouding en beroepsscholing. Deze beroepsscholing werd in 1970 opgesplitst in: voorbereiding tot de beschutte werkplaats versus huishoudkunde. In het schooljaar 1975-1976 waren er 5 klassen voorbereiding tot de beschutte werkplaats (gespreid over 5 leerjaren) en eveneens 5 klassen huishoudkunde (ook gespreid over 5 leerjaren).
> Door de reorganisatie van 1978-1979 kwamen er in de school drie opleidingsvormen: opleidingsvorm 1: het onderwijs tot sociale aanpassing (5 klassen in 1981); opleidingsvorm 2: het onderwijs tot sociale aanpassing en arbeidsgeschiktmaking (naar beschutte werkplaats toe, 4 klassen in 1981); opleidingsvorm 3: gezins- en nijverheidstechnieken (7 klassen in 1981). En dat bleef zo nog meerdere jaren.
> Met de reorganisatie werd ook het lesurenpakket ingevoerd waardoor het mogelijk werd met wisselende (sub)groepen te werken die een eigen op maat geschreven programma volgden. Aangepaste raamplannen en leerprogramma’s werden toen uitgewerkt en in 1984-1985 werden de eerste programmabrochures voor de eigen school geschreven. (3) In 1987 werd binnen opleidingsvorm 3 gestart met de afdeling tuinbouw.
> In opvolging van het buitengewoon lager onderwijs werd in 1989 voor kinderen met autisme en aanverwante communicatiestoornissen een structuurklas ingericht. Elk kind kreeg er een dagschema waardoor het precies wist wat het die dag moest doen, individueel in de verschillende hoekjes van de klas. Zo werden nieuwe vaardigheden aangeleerd, stap voor stap, elk kind apart begeleid door de leerkracht. (3)
> In de jaren (19)80 heeft de directeur enkele keren bepaalde leerkrachten, directies en P.M.S-diensten uit de regio uitgenodigd om ‘kennis te maken met het BuSO’.
Ook met Open Schooldagen werd de werking van de school bekendgemaakt, zoals bv. op 21 juni 1996.
> Met bijzondere activiteiten trokken de leerlingen meermaals de aandacht, zoals bv.:
- de leerlingen van de tuinbouwafdeling in 1993 met de aanleg van een oosterse tuin op de tuin-expo te Aalst en in 2003 met de versiering met planten van de inkom van De Ploter te Sint-Katherina-Lombeek;
- de vijftien jongeren die in 2004 onder begeleiding van het auti-team een paasontbijt aanboden als afsluiter van twee maanden werken rond een voedingspiramide;
- de leerlingen die in 2016 een kerstspel brachten en ook een tentoonstelling van eigen creatief werk.
> Intussen werd opleidingsvorm 3 (met tuinbouw) opgeheven zodat opleidingsvormen 1 en 2 overbleven die in 2025 nog steeds werden aangeboden aan jongeren van 13 tot 21 jaar met een attest type 2 of type 3. Ook leerlingen met autisme vonden een plaats binnen deze groepen. Inmiddels was de definitie van de opleidingsvormen 1 en 2 geëvolueerd naar respectievelijk ‘maatschappelijke participatie en eventueel arbeidsdeelname in een omgeving met ondersteuning’ en ‘maatschappelijke participatie en tewerkstelling in een omgeving met ondersteuning.’
Uitgaande van de leerlingen werd er een schooleigen invulling van deze opleidingsvormen ontwikkeld, gebaseerd op de ontwikkelingsdomeinen wonen, werken en vrije tijd en gerealiseerd binnen drie clusters. Vanuit de beeldvorming werden de leerlingen naar een welbepaalde cluster georiënteerd. Waar nodig was in overleg een heroriëntering naar een andere cluster mogelijk. (4)
> Anno 2025 gingen de leerlingen geregeld op:
- groepsstage bij maatwerkbedrijven als Pajottenland te Lennik, De Dagmoed te Geraardsbergen, Maaat te Aalst;
- individuele stage bij maatwerkbedrijven als Amab te Asse, Rodea te Sint-Genesius-Rode, Aurora te Groot-Bijgaarden;
- sociaal maatschappelijke training bij initiatieven als De Hoeve te Roosdaal, Proefcentrum Pamel te Roosdaal, Pro Natura te Roosdaal, SBS De Lettertuin te Ninove.(4)
|
|
- Geïntegreerde Werking (GiW)
2.4.1.
Oprichting en adres:
> ‘Alle kinderen met een handicap hebben recht op onderwijs. Ook als ze niet in “een vakje” passen.’ Hiervan uitgaande sloegen de Scholen Sint-Franciscus en het Medisch Pedagogisch Centrum Sint-Franciscus de handen in elkaar om een onderwijsaanbod op maat uit te werken voor de kinderen en jongeren die nood hadden aan een individueel aangepaste balans tussen onderwijs en welzijn. (4)
> vestigingsplaats Strijtem, Lostraat 175 Roosdaal
vestigingsplaats Vlezenbeek, Inkendaalstraat 1 Sint-Pieters-Leeuw
|
|
2.4.2. Kinderen, jongeren:
> Volgens de capaciteitsbepaling was de maximale grootte in het schooljaar 2016-2017 voor volgende specifieke groepen: GiW ‘t Wijland BuBaO/BuSO: 24; GiW Parol BuBaO/BuSO: 35; GiW Het Hoekhuis BuBaO/BuSO: 15. En dat bleef ook zo voor deze doelgroepen in de volgende jaren, zeker tot in schooljaar 2025-2026. Vanaf 2020 was er nog een vierde doelgroep: Alternatief BuBaO/BuLO/BuSO (type 3) met 7 kinderen. (zie ook hierna onder nr. 2.4.6.) |
|
2.4.3. Directie
> Anno 2026:
- directie School: Kristy Van Den Eeckhout;
- directie Zorg: Greet Bonner. |
|
2.4.4. Personeel:
> De kleuters, leerlingen werden tijdens de schooluren begeleid door personeel vanuit de scholen (kleuterleidsters, leerkrachten, paramedici, …) en vanuit het MFC (begeleiders, paramedici, medisch personeel, …). (Indien nodig, gevraagd stond het MFC ook in voor de begeleiding buiten de schooluren.) |
|
2.4.5. Materiële middelen:
> zie MPC, Materiële middelen onder 1.5. |
|
2.4.6. Activiteiten
In nauwe communicatie, betrokkenheid van alle belangrijke partners (ouders, leerkrachten, begeleiders, therapeuten, artsen) waren er anno 2025 werkingen voor de volgende kleuters en leerlingen:
> Kleuters met een matige tot ernstige verstandelijke handicap. Zij werden begeleid binnen het initiatief ‘Kleuters’. (zie ook MFC Kleuters)
> Kinderen/jongeren met een meervoudige handicap (ernstig tot zwaar mentale handicap met bijkomende motorische en/of sensorische handicap en eventueel ernstig medische problematiek.) Zij werden begeleid binnen de initiatieven ‘t Wijland/Het Hoekhuis. (zie ook MFC ’t Wijland/Het Hoekhuis)
> Kinderen/jongeren met ernstige gedrags- en/of emotionele problemen en een ernstige en diep verstandelijke handicap. Zij werden begeleid binnen het initiatief Parol. (zie ook MFC Parol)
|
|
--------------------------------------------------------------
(1) Soms twee aantallen van verschillende tellingen in het jaar.
(2) Dit zijn hoge getallen. De meisjes konden tot hun 21 jaar in het MPC blijven. Vraag is dan tot wanneer ze als leerling ingeschreven bleven. Zo vertelde zuster Aleidis dat tot in 1945 er nog meisjes waren ouder dan 18 jaar, die niet meer telden voor de school, maar waar toch heel de tijd mee gewerkt werd. Later drukte onder meer ook het invoeren van buitengewoon secundair onderwijs dit aantal zeker lager.
(3) Belangrijke bron: ‘In de voetsporen van Sint-Franciscus’ Kleine kroniek van een groot instituut, 1990, 158 p.
(4) Bron anno 2025: website Scholen Sint-Franciscus.
(5) Luk Van Liedekerke: ‘Zusters Franciscanessen Sint-Joachimdal 1839-2014’, 2017, 231 p. Aldaar p. 194.
|
|
Aangevuld in maart 2026.
|
| |
|
|
|
|
|