|
Nadat Leopold I op 10 december 1865 was overleden werd hij opgevolgd door zijn zoon Leopold II. Uitzonderlijk schreef de gemeenteraad van Pamel een brief aan de nieuwe koning. (1)
Aan zijne Majesteit, Leopold II, Koning der Belgen.
Sire,
Met de hele natie hebben wij de dood van uw doorluchtige vader, onze diep betreurde Koning, beweend. Door zijn wijze politiek heeft hij het bestaan van ons land kunnen vrijwaren want, pas onafhankelijk, was het al in zijn bestaan bedreigd en heeft hij ook het Belgisch vaderland voorspoed en geluk kunnen bezorgen, iets wat ons land nooit gekend heeft tijdens de heerschappij van vreemde heersers.
De gemeenteraad van Pamel stelt er prijs op zijn eerbiedige gelukwensen te kunnen aanbieden ter gelegenheid van uw troonsbestijging.
Indien het verlies dat het land zo pas geleden heeft, enorm groot is, dan zijn de blijken van deelneming en troost zo oprecht, dat we de toekomst met vertrouwen tegemoet kunnen zien.
Inderdaad, terwijl Europa aandachtig toekijkt, ziet u, Sire, dat geheel België zich als één man opricht en met verknochtheid de troon die voor u bestemd is, zal beschermen en verdedigen.
Rond die troon, symbool van onze nationale onafhankelijkheid, hebben alle Belgische gemeenten zich met grote patriottische ijver geschaard en onder hen maakt Pamel aanspraak op de eerste plaats.
Moge de Voorzienigheid, Sire, u een voorspoedige regeerperiode verlenen die een mijlpaal zal zijn op de weg van de vooruitgang.
Mogen de gevoelens, die nu de hele natie bezielen, een verlichting zijn van uw smart en van die van de koninklijke familie.
Wij zijn en blijven, Sire, met de grootste eerbied voor uwe Majesteit, uw zeer nederige en onderdanige dienaren.
Pamel, 23 december 1865.
|